Afdeling ‘Medische ethiek’

Vrijwel dagelijks lopen artsen in het Shaare Zedek Ziekenhuis tegen situaties aan die de grenzen van de medische ethiek raken. Baby’s die na 24 weken zwangerschap worden geboren, een vrouw die het sperma van haar gesneuvelde echtgenoot wil laten invriezen of een verzoek om abortus omdat het leven van de moeder op het spel staat. Deze lijst is eindeloos, weet professor Avraham Steinberg. De 65-jarige arts staat aan het hoofd van de afdeling medische ethiek in het Joodse ziekenhuis en was jarenlang voorzitter van de nationale raad voor bio-ethiek in Israël.  ‘Het zijn niet langer de bekende vraagstukken van abortus en euthanasie,’ vertelt de hoogleraar in zijn kantoor in Jeruzalem. ‘Tegenwoordig kunnen we bij een bevruchte eicel al testen uitvoeren waaruit blijkt welke kleur ogen het kind zal krijgen. De technologie staat voor niets. Aan ons de opdracht om de grenzen van de wetenschap te bewaken.’ De mens is daarin niet autonoom. ‘We zijn in de eerste plaats aan de wetten van dit land gebonden. Je kunt het soms oneens zijn met de regelgeving; dan moet je die aanvechten. Maar je kunt niet eigenhandig tegen de wet ingaan.’ Moeilijker wordt het als er geen officiële wet bestaat die in een bepaalde kwestie voorziet of wanneer de regelgeving achterloopt, zegt Steinberg. ‘In principe geeft de Halacha (Joodse religieuze wet) antwoord op alle vragen. Die moet echter wel juist worden geïnterpreteerd. Dat gebeurt in het ziekenhuis door een aantal rabbijnen.’
Soms moeten er inventieve oplossingen worden gezocht om de Joodse wet in ere te houden. Vooral als het gaat om het houden van de sabbat. Liften stoppen op die dag automatisch op elke verdieping, zodat de gebruiker geen handeling hoeft te verrichten. Bewegingsmelders zorgen ervoor dat de verlichting automatisch aangaat, zodat ook in dat geval het vierde gebod niet hoeft te worden overtreden.
Een uitzondering vormen levensbedreigende situaties. Steinberg: ‘In de Joodse leer staat de waarde van het leven boven alles. Zelfs als je twijfelt of je met een bepaalde ingreep echt een leven redt, moet je die handeling toch uitvoeren.’
 
Maar dan nog zijn er situaties die artsen voor grote dilemma’s plaatsen. Steinberg: ‘Wij beschouwen orgaandonatie bijvoorbeeld als een edele daad, want zo’n gebaar kan een leven redden. Maar een succesvolle transplantatie kan het best worden gedaan met organen van iemand die hersendood is. In het ziekenhuis accepteren wij hersendood niet als het einde van het leven. Wij verklaren iemand pas overleden als de hartslag en de ademhaling zijn gestopt.’